Het Kopijrecht - Samenvatting

Sinds de mens boeken kan drukken, ontwikkelt zich ook het auteursrecht. Want wie is de eigenaar van het werk dat van de persen rolt en wie mag dit namaken? Door de steeds complexer wordende materie van het auteursrecht is in wijdere kring de behoefte ontstaan om te weten hoe het allemaal gekomen is en hoe het huidige recht zich heeft gevormd. Een recht dat meer dan ooit in de schijnwerpers staat, nu wijzigingen en harmonisatie, maar ook technologische ontwikkelingen het auteursrecht hevig beroeren.

DrukkerijDe studie, een proefschrift waarop de auteur in Leiden begin 2004 promoveerde, gaat over het onderzoek naar de handel en wandel van drukkers en boekverkopers over de rechten die zij bijna vier eeuwen lang claimden op het uitgeven van boeken en prenten en waar pas laat het besef doorbrak dat ook de rechten van auteurs en vertalers behoorden te worden gerespecteerd en vastgelegd.

De afwezigheid van dat besef had te maken met de opvattingen van drukkers en boekverkopers die uitsluitend gericht waren op de noodzaak om hun investeringen in drukkerij en boekhandel te beschermen.

'Het Kopijrecht' beschrijft over een periode van meer dan drie eeuwen de gang van zaken rond boekverkopers-usanties, boekprivileges, relevante boekenverordeningen, de rol van boekverkopersgilden, over wel en niet geoorloofde nadruk en over preferentierechten op vertalingen en nadrukken van uitheems werk. Het gaat daarbij over de beperkingen van een klein taalgebied, de contractsvrijheid, de verwarring omtrent cruciale begrippen als kopijrecht, auteur en opsteller, over het kopijrecht van de staat en over de bemoeienis van kerk en staat op kerk- en schoolboeken. Het gevolg is dat ook in Nederland een vorm van uitgeversrecht tot ontwikkeling komt: de voorloper van het auteursrecht dat we nu kennen. De invloed van omringende letterkundige grootmachten als Duitsland, Groot Brittannië en Frankrijk die in de negentiende eeuw in toenemende mate druk gingen uitoefenen op regeringen, maar ook een groeiende afkeer van piraterij droegen hieraan bij. En, niet in de laatste plaats, was het besef dat de auteur als schepper, recht had op bescherming, oorzaak dat het uitgeversrecht transformeerde in auteursrecht.

Het is de eerste publicatie op het terrein van de ontwikkelingsgeschiedenis waarin de auteur ook standpunten inneemt met betrekking tot de huidige auteurswetgeving, de duur van de bescherming, piraterij, e.d.

De studie besteedt aandacht aan zowel wetsontwerpen van boekverkopers als van gewestelijke en nationale overheden, aan de eenzijdige en verwarring veroorzakende wetgeving en zij beschijft daarnaast analoge ontwikkelingen zoals die zich Frankrijk, Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en het Heilig Roomse Rijk voordeden.

Het geïllustreerde werk is voorzien van een uitvoerige inhoudsopgave, van bijlagen met authentieke teksten van verordeningen en wetten, van een proloog, epiloog, een samenvatting annex een aantal conclusies dat op grond van deze studie getrokken kon worden. Een uitvoerige samenvatting in de Engelse taal maakt het werk toegankelijk voor buitenlandse lezers.