Het Kopijrecht

Het Kopijrecht

Uitgeversrecht in de 16de - 19de eeuw

'Het Kopijrecht' gaat over de geschiedenis van het gedrukte boek en het uitgeversrecht in de Nederlanden waar pas laat het besef doorbrak dat ook de rechten van auteurs en vertalers behoorden te worden gerespecteerd en vastgelegd. De afwezigheid van dat besef had te maken met de opvattingen van drukkers en boekverkopers die uitsluitend gericht waren op de noodzaak om de investeringen in drukkerij en boekhandel te beschermen.

Het boek beschrijft over een periode van meer dan drie eeuwen de gang van zaken rond boekverkopers-usanties, boekprivileges, relevante boekenverordeningen, de rol van boekverkopersgilden, over wel en niet geoorloofde nadruk en over preferentierechten op vertalingen en nadrukken van uitheems werk.

Het proefschrift besteedt aandacht aan zowel wetsontwerpen van boekverkopers als van gewestelijke en nationale overheden, aan de verwarring veroorzakende wetgeving en zij beschrijft daarnaast analoge ontwikkelingen zoals die zich Frankrijk, Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en het Heilig Roomse Rijk voordeden.

Het boek - Samenvatting - Inhoudsopgave - Recensies - English summary

 

Staatsauteursrecht cum annexis

Staatsauteursrecht cum annexis

Openbaarheid in de trias politica en het kopij- en auteursrecht 17de - 21ste eeuw

Dat verplichtende regels voor de burger gratis en gemakkelijk beschikbaar moeten zijn is vandaag de dag vanzelfsprekend, al was dat tot voor kort nog een vrome wens. In de langdurige ontwikkeling naar een transparante overheid zijn twee keerpunten aan te wijzen waarbij de staat overstag ging nadat hij eerder het eigendomsrecht op alle 'acten van de staat' claimde met herhaalde verboden op het nadrukken en verspreiden ervan, gevolgd door het stilzwijgend vestigen van een kopijrecht daarop.

Weliswaar was de trias politica algemeen aanvaard, van democratie was nog geen sprake. Elke macht hield er haar eigen mores op na waarbij de uitvoerende macht ook aan de touwtjes van de wetgevende en rechtsprekende macht trok. Ondanks grondwettelijke voorschriften over openbaarheid en bekendmaking van regelgeving bleef de staat tot halverwege de twintigste eeuw achterdochtig tegenover de burger. Veel weten kon immers veel deren.

Het eerste keerpunt vond plaats in 1840 toen na een heftige en met passie gevoerde strijd de Hoge Raad oordeelde dat op regelgeving geen kopij- c.q. auteursrecht kon rusten. Het tweede keerpunt volgde pas in het digitale tijdperk toen het streven naar grotere openbaarheid van overheidsinformatie gestalte kreeg in nationale en Europese wetgeving.

Het boek - Samenvatting - Inhoudsopgave - Recensies - English summary

 

Canon van het uitgevers- en auteursrecht

Canon van het uitgevers- en auteursrecht

Vijf eeuwen kopij-, staats-, uitgevers- en auteursrecht in Nederland (1450-1950)

Dit boek beschrijft vijf eeuwen kopij-, staats-, uitgevers- en auteursrecht in Nederland. Het is voorzien van een kroniek en chronologie van gebeurtenissen en maatregelen die betrekking hebben op censuur, druk- en boekprivileges, usanties, monopolievorming, bescherming van originair werk en vertalingen, nadruk, het publiek domein in het drukkers- en boekenvak in Nederland en elders en de rol daarin van kerken, landsheren, staten, gewesten, steden, gilden, compagnieën, de Koninklijke Akademie van Wetenschappen, de Nederlandsche Juristen Vereeniging en de Vereeniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels.

Het werk wordt uitgegeven ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Auteurswet 1912.

Het boek - Samenvatting - Inhoudsopgave

 

Frederik Muller

Frederik Muller

Baanbreker in de wereld van het boek

Aan de hand van bronnen uit de Bibliotheek van het Boekenvak beschrijft de auteur wie Frederik Muller nu eigenlijk was en wat hij heeft betekend voor het boekenvak, maar ook daarbuiten. Hoe hij in het boekenvak terechtkwam en hoe hij zich daar gedroeg. Hoe hij opereerde als koopman, antiquaar, veilinghouder, verzamelaar en samensteller van catalogi. Wie zijn relaties waren in het buitenland. Hoe hij uitgever werd, welke boeken hij uitgaf en hoe zijn bibliotheek uitgroeide tot een collectie die internationaal faam verwierf.

Als ‘gebildeter Mensch’ zette Frederik Muller de mens op een te hoge sokkel. Met brede gebaren, als de dirigent uit de ‘Sturm und Drang’-periode of als solist in een negentiende-eeuwse opera, trachtte hij zijn toehoorders te bekeren. Ook zonder dwingende nationale en internationale wetgeving hoorden zedelijke normen en waarden te worden nageleefd, waardoor vanzelf een einde zou komen aan de nadruk en diefstal van de letterkundige eigendom van auteurs en hun uitgevers. Ook zijn gedachten over de letterkundige eigendom komen in deze biografische schets aan bod.

Het boek - Samenvatting - Inhoudsopgave - Recensies